VSOA-Onderwijs tevreden met verhoging koopkracht en werkzekerheid

Onderhandelingen nieuwe onderwijscao afgerond

Begin juli 2017 kreeg minister van Onderwijs, Hilde Crevits, het eisencahier voor een nieuwe Vlaamse onderwijs-cao overhandigd. De onderwijsvakbonden opteerden ervoor om enkel kwantitatieve eisen in het cahier op te nemen. Het doel: een verhoging van de koopkracht voor het onderwijspersoneel.

Daarnaast uitte minister Crevits haar wens om in de cao ook maatregelen op te nemen om startende leraren een beter loopbaanperspectief te bieden.  Niettegenstaande deze thematiek initieel in het loopbaandebat thuishoort, vormde dit voor het VSOA-Onderwijs geen obstructie; des te meer wij altijd al vragende partij zijn geweest om starters betere loopbaanperspectieven en meer werkzekerheid te bieden.  De voorwaarde voor ons was echter dat er hiervoor bijkomende middelen moesten gevonden worden.

Eis voor verhoging koopkracht; een weloverwogen en bewuste keuze

De eis voor een verhoging van de koopkracht was een weloverwogen en bewuste keuze. Het VSOA-Onderwijs was én is immers de mening toegedaan dat de Vlaamse overheid ook financieel een aantrekkelijke werkgever moet zijn en blijven. Bovendien blijven wij het standpunt verdedigen, dat de herwaardering en een hoger maatschappelijk aanzien van het lerarenberoep pas gerealiseerd kan worden wanneer er ook een aantrekkelijke verloning is aan verbonden... Dat de lonen in de onderwijssector dan ook gelijke tred moeten houden met die van de private sector is voor het VSOA-Onderwijs dan ook niet meer dan een evidentie.

Tijdens de onderhandelingen heeft het VSOA-Onderwijs de verhoging van de koopkracht dan ook als primair doel naar voren geschoven. Het verheugde ons daarbij dan ook ten zeerste, dat dit ook voor minister Crevits een belangrijk objectief was.
Het budget dat hiervoor ter beschikking wordt gesteld bedraagt 108 miljoen euro waarvan 10 miljoen euro in 2018 en 30 miljoen euro in 2019. Hiermee zouden de salarissen (aan 100 %) al op 1 september 2018 kunnen worden verhoogd met 0,3 % en op 1 januari 2021 met 1,1 % (t.o.v. augustus 2018).
Verder ligt ook een verhoging van het vakantiegeld in de ontwerpcao voor.  Dat vakantiegeld (van de personeelsleden die momenteel worden gevat door het raamakkoord van 23 december 2012) zou vanaf 2021 opnieuw naar 92 % worden gebracht. En opdat personeelsleden ook op het einde van hun loopbaan zich financieel gewaardeerd blijven voelen, zou er een bijkomende loontrap worden ingevoerd op 36 jaar geldelijke anciënniteit.

Maatregelen om startende leraren een beter loopbaanperspectief te bieden

Opnieuw dankzij de inventiviteit van de onderwijsvakbonden kwam het voorstel op tafel om sneller tot een benoeming over te gaan. Hierdoor komen extra middelen ter beschikking die kunnen aangewend worden om de maatregelen te bekostigen die startende leraren meer werkzekerheid moeten bieden. Op deze manier wordt vermeden dat de middelen bestemd voor de koopkrachtverhoging zouden worden afgeroomd.

Het sneller benoemen an sich genereert dus niet enkel bijkomende middelen; het is één van de maatregelen die de werkzekerheid voor starters zou moeten vergroten. 
Daarnaast is er ook het voorstel om een Lerarenplatform – een soort vervangingspool  - te introduceren. Beginnende leerkrachten voeren dan reguliere vervangingsopdrachten uit. Tijdens de periodes dat dit niet het geval is, wordt men op basis van zijn bekwaamheidsbewijs ingezet in zinvolle pedagogische taken zoals occasioneel lesgeven, co-teaching...  Hierdoor zou men aan beginnende leerkrachten gedurende een volledig schooljaar werkzekerheid kunnen bieden.  De bijkomende middelen zouden ook nog worden besteed om aan schoolbesturen de mogelijkheid te geven kwaliteitsvolle aanvangsbegeleiding aan te bieden en verder te ontwikkelen.

Geen miniloopbaanpact!

Het VSOA-Onderwijs is tevreden met de verhoging van de koopkracht voor al het onderwijspersoneel én met meer werkzekerheid voor de startende leerkrachten. Desalniettemin mogen de voorliggende maatregelen voor startende leerkrachten uit dit akkoord niet gezien worden als een “miniloopbaanpact”.
Initieel was het trouwens ook niet het doel om via deze onderwijscao de werkomstandigheden van de leraar te verbeteren. Het werk weer werkbaar maken én houden om zo het lerarenberoep opnieuw aantrekkelijker te maken, blijft onverminderd het hoofdthema van het loopbaandebat.

Dat ons onderwijspersoneel recht heeft op: werkzekerheid, begeleiding, een eerlijk loon, doorgroeimogelijkheden, een afwisselend takenpakket én dat dit alles – en liefst nog zo snel mogelijk - in een “stevig loopbaanpact" moet worden gebetonneerd, is een feit.
Evenwel niets doen voor de startende leraar, terwijl er zich opportuniteiten aandienden en wachten op een loopbaanpact, was echter geen optie. Was er daarvoor wel gekozen, dan was deze onderwijscao de geschiedenis ingegaan als de cao van de gemiste kans.

Het VSOA-Onderwijs heeft zich alvast geëngageerd om deze ontwerpcao XI (leerplichtonderwijs, volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding) te verdedigen. Hij zal dan ook aan de afgevaardigden van de respectievelijke afdelingen ter goedkeuring worden voorgelegd.

Klik hier om het integrale voorontwerp van cao XI te downloaden.

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA-Onderwijs

Delen: