Pensioendossier en TBS-regeling: huidige stand van zaken

Na nieuwjaar en als gevolg van de staking van 22 december, kregen we van de regering de toezegging, dat er overleg zou komen over mogelijke bijsturingen en correcties op de maatregelen uitgevaardigd via de programmawet. Er werden in de schoot van Comité A dan ook 2 werkgroepen opgericht: de “Werkgroep Loopbaanonderbreking” die de problematiek rond de loopbaanonderbreking behandelt en de “Werkgroep Werk” die zich buigt over de maatregelen inzake pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarden. Tot op vandaag is er door de overheid echter geen enkel kader geschetst in hoeverre er ruimte is voor aanpassingen. Deze coup de théatre kan men bezwaarlijk nog overleg noemen.

Sector onderwijs: onduidelijkheid troef!

Dit alles heeft tot gevolg dat, voor wat de sector onderwijs betreft, er tot op vandaag nog geen verdere duidelijkheid is. In de wet van 28 december 2011 werd een oplijsting gemaakt van de algemene maatregelen. De 2 bovenvermelde werkgroepen hadden tot doel een aantal specifieke maatregelen met betrekking tot de pensioenregeling (pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarde) enerzijds en de loopbaanonderbreking anderzijds in de openbare sector nader te bepalen en dit na sociaal overleg. Zo moest er nog duidelijkheid worden gecreëerd omtrent de modaliteiten rond de pensioenleeftijd en de loopbaanvoorwaarden voor functies met een pensioennoemer voordeliger dan 1/60. Tot die groep behoort het merendeel van het onderwijzend personeel.

Op maandag 6 februari vond het laatste overleg in deze werkgroepen plaats. Tot dan was er niets concreet uit de bus gekomen; behalve het feit dat er aan de pensioenleeftijdvoorwaarde van 62 jaar niet kon geraakt worden… De vergaderingen van donderdag 9 februari en vrijdag 10 februari werden te elfder ure afgelast en verplaatst naar een nog later te bepalen datum… Het is bijgevolg onmogelijk om op dit moment een duidelijk antwoord te geven van de uiteindelijke uitkomst. Wij zetten hieronder nog eens in het kort op een rij wat momenteel voorligt onder voorbehoud van de wijzigingen die nog vòòr 1 maart 2012 kunnen doorgevoerd worden. Gelieve er nota van te nemen, dat de modaliteiten omtrent de wettelijke pensioenleeftijd en de loopbaanvoorwaarden en het daaraan gekoppelde vervroegd pensioen tot de bevoegdheid van de federale regering behoren. Uitstapregelingen specifiek voor het onderwijzend personeel (Voltijdse Terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen 56+/58+) vallen onder de bevoegdheid van de Vlaamse regering en het overleg daaromtrent zal dus ook op dat niveau worden gevoerd.

Huidige stand van zaken

1. De wettelijke pensioenleeftijd en het vervroegd pensioen

Aan de wettelijke pensioenleeftijd wordt er niet geraakt. Deze blijft op 65 jaar, maar in de overheidssector wordt langer werken nà 65 jaar wel mogelijk.
In 2012 bedraagt de leeftijd voor vervroegd pensioen 60 jaar. Deze wordt vanaf 2013 ieder jaar met 6 maanden verhoogd, zodat men vanaf 2016 ten vroegste na 62 jaar vervroegd met pensioen zal kunnen gaan.

2. Loopbaanvoorwaarden

Alle diensten die in aanmerking komen voor de vaststelling van het recht op een overheidspensioen; legerdienst en diplomabonificatie inbegrepen, worden meegeteld voor het aantal loopbaanjaren. In 2012 bedraagt het minimum aantal loopbaanjaren 5 jaar. Vanaf 2013 wordt dat minimum opgetrokken naar 38 jaar; in 2014 naar 39 jaar om vanaf 2015 uit te komen op een minimale loopbaanvoorwaarde van 40 jaar.

Voor wie als werknemer of zelfstandige heeft gewerkt, zal ook die jaren in aanmerking kunnen nemen om aan de loopbaanvoorwaarden te voldoen. Om aanspraak te kunnen maken op de pensioenberekening van de overheidssector blijft evenwel de regel bestaan, dat men vijf pensioenaanspraakverlenende dienstjaren moet hebben. Die 5 jaren maken deel uit van de algemene loopbaanvoorwaarde en daarvoor komt de tijdsbonificatie diploma niet in aanmerking.

Uitzonderingen

Wie een lange loopbaan heeft opgebouwd, is echter nog altijd in de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan. In 2013 en 2014 kan dit op 60 jaar mits een loopbaan van 40 jaar. In 2015 is een loopbaan van 41 jaar een vereiste om op 60 jaar te kunnen stoppen. In 2016 daarentegen moet je een loopbaan van 42 jaar kunnen voorleggen om op 60 te kunnen stoppen of een loopbaan van 41 jaar om op 61 jaar vervroegd met pensioen te kunnen gaan.

Tijdens de overgangsperiode 2013 – 2016 worden de pensioenleeftijd met 6 maanden en de loopbaanvoorwaarde met 1 jaar progressief verhoogd. Vanaf het moment, dat de betrokkene tijdens deze overgangsperiode aan de voorwaarden voldoet om met vervroegd pensioen te gaan, blijft dit zo ongeacht de latere werkelijke ingangsdatum van zijn pensioen.

Deze algemene regel slaat enkel op de functies met de pensioennoemer 1/60 en is dus van toepassing op het CLB-personeel, maar niet op het overgrote deel van het onderwijzend personeel. De modaliteiten omtrent de verhoging van de pensioenleeftijd en de loopbaanvoorwaarden voor functies met een voordeliger pensioennoemer (1/48, 1/50 en 1/55) zijn echter nog niet bepaald en maken voorwerp uit van het nog altijd aan de gang zijnde sociaal overleg. Vóór 01 maart 2012 zou hierover uitsluitsel moeten volgen.

3. Terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen

Voor wie zich op 28 november 2011 in het statuut bevond terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (VTBS 56+ / VTBS 58+) verandert er niets. Dit geldt evenzeer voor wie vóór 28 november 2011 daarvoor een aanvraag had ingediend (ingangsdatum TBS: 01-01-2012). Die categorie wordt verplicht om met pensioen te gaan de eerste kalenderdag volgend op de maand waarin zij 60 jaar worden. Voor wie gebruik heeft gemaakt van het bonussysteem geldt die verplichting niet. De aanvragen ingediend nà 28 november 2011 (ingangsdatum TBS: 01-04-2012 en 01-09-2012) werden bevroren. Het feit of deze aanvragen al dan niet zullen worden behandeld, zullen deel uitmaken van het geplande overleg.

Uitstapregeling valt onder bevoegdheid van de Vlaamse regering

Zoals gezegd zijn de wettelijke pensioenleeftijd, de loopbaanvoorwaarden en het daaraan gekoppeld vervroegd pensioen materie die behoren tot de tot de bevoegdheid van de federale regering. Overleg daaromtrent vindt plaats in Comité A. De beslissingen die daar worden genomen, hebben ook zijn weerslag op bevoegdheden die behoren tot de Vlaamse Gemeenschap en dan meer bepaald op de uitstapregelingen.

Het verhogen van de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen van 60 naar 62 jaar impliceert, dat de Vlaamse regering vanaf nu twee jaar langer wachtgeld zou moeten uitbetalen aan de categorie die in de toekomst (voor wie nu al in het stelsel zit, verandert er niets en kan stoppen op 60 jaar) zou opteren voor terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen en pas op 62 jaar met pensioen zou kunnen. Dit zou een extra kost met zich meebrengen die zij niet wil dragen.

De uitstapregeling specifiek voor het onderwijzend personeel (Voltijdse Terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen 56+/58+) valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering heeft wel al toegezegd om de uitstapregeling op de agenda te plaatsen en heeft alvast diepgaand overleg met de vakorganisaties gepland.

Federale regering en sociale partners ontmoeten elkaar op dinsdag 14 februari

Tijdens het RTBF-programma “L’ Indiscret” op zondag 12 februari kondigde minister van Pensioenen Van Quickenborne aan, dat er dinsdag as. een ontmoeting is gepland tussen de federale regering en de sociale partners. Hij benadrukte nogmaals, dat er voor geen enkele categorie uit de openbare sector uitzonderingen zullen worden toegestaan op de pensioenhervorming. Hij erkende echter wel, dat er voor bepaalde beroepen (brandweer, politie, leerkrachten, militairen…) een plan zal moeten worden ontwikkeld, opdat die mensen hun job langer zouden kunnen uitoefenen… Hij zei ook nog dat dit een opdracht is voor de politiek.

Of de ontmoeting van dinsdag 14 februari nog veel zal veranderen aan wat momenteel voorligt, is nog maar de vraag. Het VSOA Onderwijs zal tijdens het overleg met de Vlaamse regering alvast resoluut pleiten voor overgangsmaatregelen. Overgangsmaatregelen voor die categorie van onderwijspersoneelsleden die door de bruuske en zonder overleg ingevoerde pensioenhervorming alweer dreigen uit de boot te vallen.

Het VSOA Onderwijs houdt u via de website verder op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.


Marnix Heyndrickx
Secretaris Onderhandelaar

 Klik hier om de brochure van de Pensioendienst voor de Overheidssector te downloaden.