Ondersteuningsnetwerken van start vanaf 1 september 2017

Simultaan met de introductie van een nieuw ondersteuningsmodel - dit vanaf 1 september 2017 – worden ondersteuningsnetwerken ingevoerd. Enerzijds moeten deze netwerken ondersteuning bieden aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die door de invoering van het M-decreet schoollopen in het gewoon onderwijs. Anderzijds moeten ze ook de nodige support bieden aan de leraren en teams van leraren. Zij maken evenzeer aanspraak op de nodige ondersteuning bij de uitvoering van hun job.

Ondersteuningsnetwerken

Een ondersteuningsnetwerk heeft als taak de expertise te bundelen met het oog op ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften enerzijds en de leerkrachten die daarvoor instaan anderzijds. Het netwerk dat niveau- en netoverschrijdend kan zijn, is samengesteld uit scholen van het gewoon onderwijs, (dus ook centra voor Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs) en scholen van het buitengewoon onderwijs. Ook de Centra voor Leerlingenbegeleiding en de pedagogische begeleidingsdiensten maken er deel van uit.

Om het ondersteuningsmodel te concretiseren, kunnen de scholen uit het gewoon onderwijs ondersteund worden. Daarvoor moeten ze wel aansluiten bij een ondersteuningsnetwerk.

Klik hier voor de omzendbrief betreffende Het ondersteuningsmodel in het basis- en secundair onderwijs en in het hoger onderwijs

Klik hier voor de omzendbrief betreffende de Samenstelling van de ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs voor het schooljaar 2017-2018.  

Klik hier voor het overzicht van de ondersteuningsnetwerken en de scholen (30 juni 2017).

Invoering ondersteuningsmodel

Op 18 mei 2017 meldden wij via onze website dat het overleg tussen minister Crevits en de onderwijsvakbonden en onderwijsverstrekkers en dit naar aanleiding van de invoering van het nieuwe ondersteuningsmodel in het kader van het M-decreet, was afgerond. 

Klik hier voor een kritische beschouwing over het M-decreet 2.0

Niettegenstaande een aantal voorstellen als positief konden worden bestempeld, beklemtoonden wij, dat de verdeelsleutel van het budget voor ons onaanvaardbaar blijft. Verder gaven wij ook te kennen, dat de mogelijke personeelsverschuivingen het VSOA Onderwijs grote zorgen baarde.

Zo wist het personeel van het buitengewoon onderwijs, van de waarborgregeling en van de GONbegeleiding niet waar en hoe ze volgend schooljaar aan de slag zouden moeten gaan. Een amendement op het onderwijsdecreet XXVII, door het Vlaams parlement goedgekeurd, moest in eerste instantie de ongerustheid en de onduidelijkheid bij het personeel wegnemen... Maar ook vandaag weet het personeel nog altijd niet waar ze aan toe zijn, omdat de Inrichtende Machten nog volop bezig zijn met de uitrol van het ondersteuningsmodel.

Het uitrollen en uittekenen van het ondersteuningsmodel is complex. Tijdens de overlegmomenten werd 30 juni 2017 geponeerd als uiterlijke datum waarop scholen aan het departement onderwijs moesten meedelen tot welk ondersteuningsnetwerk ze zouden toetreden. Het VSOA onderwijs heeft er tijdens die overlegmomenten frequent op gewezen, dat deze datum in de feiten niet haalbaar was. Het zou dus van een veel beter beleid hebben getuigd om, zoals wij initieel hadden gevraagd, de invoering van de ondersteuningsnetwerken met 1 schooljaar uit te stellen. De overheid had daar echter geen oren naar...

Niet alle personeelsleden in de bestaande GON/ION-begeleiding en waarborgregeling kennen vandaag hun regio, hun te begeleiden scholen, noch hun te begeleiden leerlingen waardoor de ongerustheid in het veld nog altijd leeft.
De scholen uit het buitengewoon onderwijs werden inmiddels op de hoogte gebracht van het aantal bevroren GON-eenheden die kunnen aangewend worden voor het inrichten van extra lestijden en lesuren. Desalniettemin pas wanneer de Vlaamse regering zal hebben beslist over hoeveel middelen een ondersteuningsnetwerk zal kunnen beschikken, zal voor de scholen van het buitengewoon onderwijs het volledige plaatje inzake de hoeveelheid lestijden, lesuren of uren in surplus waarop ze zullen kunnen rekenen duidelijk worden. Dit in het licht van de aanstelling van personeelsleden...

De Vlaamse regering zal haar beslissing nemen op basis van de voorstellen van de netgebonden en netoverstijgende commissies. Deze zullen op 7 juli as. de middelen aan de ondersteuningsnetwerken toewijzen.

Hieronder vindt u verdere duiding over de ondersteuningsnetwerken en meer informatie voor wie in een ondersteuningsnetwerk aan de slag wil.

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA Onderwijs

Ondersteuningsmiddelen en aanwending

Via een amendement op onderwijsdecreet XXVII, dat inmiddels door het Vlaams parlement werd goedgekeurd en in het kader van de invoering van de ondersteuningsnetwerken, zal de Vlaamse regering jaarlijks personeelsomkadering toekennen aan het buitengewoon onderwijs.

Dit zal gebeuren binnen de budgettaire ruimte en onder de volgende vormen:

- begeleidingseenheden: (32.587) waarvan 21 029 voor het basisonderwijs en 11 558 voor het secundair onderwijs. Deze eenheden kan men omzetten in lestijden in het basisonderwijs, lesuren in het secundair onderwijs en ook in uren: kinderverzorger, logopedist, kinesist, ergotherapeut, orthopedagoog, verpleger, maatschappelijk werker, psycholoog of arts;

- de per schooljaar vrijgekomen middelen: als gevolg van de relatieve minderkost in het buitengewoon onderwijs en die worden ingezet voor de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon of buitengewoon onderwijs (middelen waarborg);

- het extra budget: 2120 extra lestijden voor het basisonderwijs, 1410 extra lesuren voor het secundair onderwijs en 2168 extra uren (1 302 voor het basisonderwijs en 886 voor het secundair onderwijs).

In de lokale comités moet men onderhandelen over de aanwending van de extra lestijden, extra lesuren en extra uren die op voorstel van de netgebonden en netoverstijgende commissies door de Vlaamse regering zullen worden toegekend. Er zal dus een protocol van akkoord moeten worden bereikt inzake hoeveel extra lestijden, extra lesuren of extra uren aan een bepaald ambt in het buitengewoon onderwijs zullen worden toegekend.

De toegekende middelen moeten principieel worden gebruikt ter ondersteuning van de leerlingen en leraren (ondersteuners) in het gewoon onderwijs. Toch kunnen er binnen het ondersteuningsnetwerk ook middelen worden gereserveerd voor andere, specifieke taken. Over de hoeveelheid middelen daarvoor en waarvoor deze effectief zullen aangewend worden, moet eveneens een protocol van akkoord worden bereikt in het desbetreffende lokale comité.

Werken in het ondersteuningsnetwerk

Gelijktijdig met de invoering van het ondersteuningsmodel start voor het personeel van het buitengewoon onderwijs op 1 september 2017 een overgangsfase. Tijdens deze periode, die drie schooljaren zal duren, zullen personeelsleden die aan de slag willen gaan in een betrekking van het ondersteuningsnetwerk énkel als tijdelijke voor bepaalde duur (TABD) kunnen worden aangesteld. De betrekkingen van het ondersteuningsnetwerk kunnen niet vacant verklaard worden. Dat impliceert dat een affectatie, mutatie of benoeming in deze betrekkingen niet mogelijk is.

1. De aanstelling

De aanstelling gebeurt telkens voor één schooljaar (kan de daaropvolgende schooljaren worden verdergezet) in een school voor buitengewoon onderwijs in één van onderstaande ambten:

1. in een ambt van onderwijzend personeel (BuBaO: kleuteronderwijzer ASV, onderwijzer ASV, leermeester LO, leermeester godsdienst, leermeester NC zedenleer en leermeester compensatietechniek Braille in type 6; BuSO: leraar ASV, leraar BGV, godsdienstleraar, leraar NC zedenleer, leraar ASV LO, leraar ASV compensatietechniek Braille en – voor OV4 – leraar secundair onderwijs (AV, TV en PV);
2. in een ambt van het paramedisch personeel (logopedist, kinesitherapeut, ergotherapeut, kinderverzorger, verpleger);
3. in een ambt van medisch personeel (arts);
4. in een ambt van sociaal personeel (maatschappelijk werker);
5. in een ambt van psychologisch personeel (psycholoog);
6. in een ambt van orthopedagogisch personeel (orthopedagoog).

Een aanstelling in een betrekking van het ondersteuningsnetwerk  is mogelijk zowel voor tijdelijke als voor vast benoemde personeelsleden. Vast benoemde personeelsleden kunnen dit énkel doen via een verlof TAO (Tijdelijk andere opdracht). Men gaat dan als tijdelijke aan het werk als ondersteuner, maar de affectatie aan de school van vaste benoeming blijft. Daarbij behoudt men de rechten verbonden aan de vaste benoeming.

Inzake het salaris gelden de regels die van toepassing zijn in het stelsel TAO. Je ontvangt het salaris verbonden aan het onderliggende ambt van benoeming, tenzij het ambt waarvoor men een verlof TAO neemt meer of minder wordt betaald. In dat geval ontvang je het salaris verbonden aan dat ambt en zal dat salaris respectievelijk hoger of lager zijn.

Men kan nooit verplicht worden om een betrekking in een ondersteuningsnetwerk op te nemen. 

Personeelsleden die boventallig en die terbeschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking kunnen worden aangesteld in een betrekking van het ondersteuningsnetwerk (reaffectatie of een wedertewerkstelling voor de duur van het schooljaar), maar énkel nadat ze hiermee hebben ingestemd. Voor wie zijn toestemming niet geeft, blijft de regelgeving inzake reaffectatie en wedertewerkstelling gelden.

Een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) heeft verworven, kan dit voorrangsrecht niet laten gelden bij een aanstelling in een betrekking van het ondersteuningsnetwerk. Het recht blijft evenwel behouden waar het werd opgebouwd en er worden verder rechten opgebouwd in het ambt waarin de betrekking van het ondersteuningsnetwerk is ingericht. 

2. Anciënniteit

Bij een aanstelling in een betrekking van het ondersteuningsnetwerk bouwt men dienst-, geldelijke en sociale anciënniteit op.

3. Prestatieregeling

Personeelsleden aangesteld in een voltijdse betrekking van het ondersteuningsnetwerk in het basisonderwijs worden geacht een schoolopdracht te presteren die 26 klokuren omvat. De hoofdopdracht bedraagt 22 lestijden.
In het secundair onderwijs is dat 26 klokuren op weekbasis waarvan desgevallend 22 lesuren of uren ondersteuning aan leerkrachten. Zowel in het basis- als in het secundair onderwijs vallen professionalisering, overleg, samenwerking, coördinatietaken en ook de dienstverplaatsingen onder de wekelijkse opdracht van 26 klokuren.

Delen: