Mister Q veegt sociale verworvenheden van de laatste 40 jaar van tafel!

Het pensioenhoofdstuk uit het regeerakkoord is inmiddels omgezet in 60 wetsartikels. In tegenstelling tot de meer dan 500 dagen die men nodig had om een regering te vormen, is men er nu in geslaagd om deze klus amper in 1 week tijd te klaren. En wat meer is; ze moeten nog voor het einde van het jaar in Kamer en Senaat gestemd worden, zodat de regering nog voor 1 januari de hervormingen in de pensioenen kan doorvoeren. Kunst- en vliegwerk én een crash moet onvermijdelijk volgen…

Minister Van Quickenborne – laten we hem verder maar mister Q noemen, heeft de aanval ingezet op de pensioenen van de openbare diensten; laat dat duidelijk zijn. Het gevolg laat zich niet raden… Iedereen zal op zijn minst 2 jaar langer aan de slag moeten blijven en bovendien wordt de minimum loopbaanduur die momenteel 35 jaar bedraagt in 3 fases opgetrokken naar 40 jaar. Het zal dus ook veel langer duren om een volle loopbaan te realiseren. Na wat rekenwerk komen wij echter tot de slotsom, dat veel beginnende werknemers er niet eens zullen in slagen om die loopbaanduur te realiseren en bijgevolg zal voor hen een volledig pensioen niet weggelegd zijn.

Hier houdt het echter evenwel niet op… Mister Q heeft ook nog zijn plan ontvouwd waaruit blijkt, dat hij ook  de verworven pensioenrechten van het personeel dat onder zware werkomstandigheden hun taak moet uitoefenen, wil afschaffen. We denken dan vooral aan het personeel uit de sectoren: spoorwegen, onderwijs, politie, post, lokale en regionale besturen, gevangenissen, defensie… Ook een aantal specifieke pensioenstelsels voor o.a.: zeelui, piloten en journalisten worden gedeletet en voor wat de gelijkgestelde periodes ( niet-gewerkte periodes die meetellen als “gewerkte jaren” zoals: werkloosheid, brugpensioen, loopbaanonderbreking en tijdskrediet) betreft, die worden in de toekomst nog maar voor het minimumrecht in rekening gebracht voor het pensioenbedrag. En alsof dit nog niet volstond, zal het pensioenbedrag niet langer berekend worden op het gemiddelde van de laatste 5 jaar, maar wordt die termijn opgetrokken naar 10 jaar…

Sociale verworvenheden worden van tafel geveegd!

Laat ons duidelijk zijn: het voorstel van mister Q, dat trouwens door alle meerderheidspartijen wordt onderschreven, is niet enkel onrechtvaardig; het is totaal niet-sociaal én onaanvaardbaar en voert ons ontegensprekelijk terug in de tijd. Daarmee worden de sociale verworvenheden van de laatste tientallen decennia met één klap van tafel geveegd. Als het van Van Quickenborne afhangt, is één groot pensioenstelsel zowel voor werknemers, ambtenaren als zelfstandigen het einddoel. Het einde is dus nog niet in zicht…

Geen tijd voor sociaal overleg

Nog een groter aberrant gegeven is het feit, dat de nieuwbakken vicepremier en minister van Pensioenen het niet nodig vond om vooraf sociaal overleg te plegen over het ontwerp. Men heeft trouwens het “lumineuze” idee om de voorstellen uit het ontwerp door amendementen (voorstel tot wijziging van een artikel van een wetsvoorstel) op de wet inzake diverse bepalingen te laten goedkeuren. Op deze manier moet over het ontwerp dan ook niet worden onderhandeld…  Op Radio 1 in De Ochtend eerder deze week, stelde hij zelfs, dat er al genoeg gediscussieerd is over de pensioenen, dat het nu tijd is voor actie en dat de hervormingstrein de resterende tijd van de legislatuur van Di Rupo 1 niet zal stoppen… Met deze flagrante uitspraak daagt mister Q de vakbonden uit… Wij zullen die uitdaging dan ook zeker niet uit de weg gaan! Bovendien wijst dit alles in de richting, dat de nieuwe regering de vakorganisaties buitenspel wil zetten… Dit blijkt duidelijk uit het feit, dat ook de nieuwe premier Di Rupo aanvankelijk niet is ingegaan op de uitnodiging van de vakbonden tot het voeren van voorafgaand sociaal overleg. Kakelvers minister van Financiën Vanackere poneerde in het VRT-programma de Zevende Dag van zondag 18 december evenwel, dat de vakbonden wel degelijk al langer op de hoogte waren van de geplande pensioenhervorming en zei dat de sociale wereld nu niet kan opwerpen, dat ze geconfronteerd worden met elementen die ze voor het eerst horen…  Wil de minister daarmee dan misschien zeggen, dat de vakorganisaties in de toekomst moeten overwegen om proactief actie te gaan voeren??? Dat er alsnog op maandag 19 december een overleg is gepland, lijkt ons dan ook eerder een overleg voor de schijn en een aanfluiting van de betekenis van het woord overleg an sich. Misschien moet minister Q maar eens 5 minuten politieke moed hebben om eens te verduidelijken wat voor hem sociaal overleg betekent, waarvoor het staat en welke waarde hij er in de toekomst (nog) wil aan hechten… Minister Vanackere mag hem daarbij gerust bijstaan…

Repercussies voor de sector onderwijs

De wetgeving omtrent pensioenen behoort tot de federale materie… Uitstapregelingen in het onderwijs zijn bevoegdheden van de gemeenschappen. Het lijkt ons onwaarschijnlijk, dat het onderwijs de dans zal ontspringen; het net opgestarte loopbaandebat ten spijt.

Afgaande op wat nu voorligt in het ontwerp betekent dit in concreto, dat wie momenteel voor de uitstapregeling Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBS58+) heeft gekozen, pas met pensioen zal kunnen, als zij daarvoor aan de voorwaarden voldoen. Tot op dat moment zullen zij dan ook hun wachtgeld blijven ontvangen.

Leeftijds- en loopbaanduurvoorwaarden in een notendop

In 2012 is die voorwaarde minstens 60 jaar zijn en minimum 5 jaren dienstanciënniteit kunnen bewijzen. Al in 2013 wordt de leeftijdsvoorwaarde opgetrokken tot 60,5 jaar en wordt de vereiste loopbaanduur op 38 jaar gebracht; met uitzondering voor wie minstens 40 jaren dienst kan voorleggen. Die categorie kan nog op 60 jaar met pensioen.

Een jaar later, in 2014, moet men op zijn minst 61 jaar oud zijn en minstens 39 jaren dienst hebben en in 2015 bedraagt de minimumleeftijd 61,5 jaar en is de voorwaarde voor de loopbaanduur 40 jaar. In 2016 geldt de beoogde 62 jaar uit het ontwerp als minimumleeftijd om gepensioneerd te kunnen worden op voorwaarde dat men 40 dienstjaren heeft. Haalt men die 40 jaren niet, dan moet men wachten om met pensioen te kunnen tot wanneer men dat aantal jaren heeft bereikt met evenwel 65 jaar als eindpunt.





Definitief?


Is dit alles nu definitief? Wij willen er bij deze toch op wijzen, dat wij ons voor wat bovenstaande opgesomde maatregelen betreft ons hebben gebaseerd op wat nu voorligt en te lezen staat in het ontwerp van de pensioenwet. Een ontwerp is pas definitief wanneer het in de vorm waarin het wordt voorgelegd als dusdanig wordt gestemd in de Kamer. Die stemming is voorzien voor donderdag 22 december. Het VSOA Onderwijs houdt jullie op de hoogte.

Marnix Heyndrickx
Secretaris

Download hier de persmededeling
van het gemeenschappelijk vakbondsfront.

 

Delen: