M-decreet 2.0

Onvoldoende ondersteuning in het regulier onderwijs

Een terugblik op twee schooljaren M-decreet, leert ons dat er geen sprake is van een massale uittocht uit het buitengewoon onderwijs.  Aan de andere kant worden we vandaag geconfronteerd met 1270 leerlingen die terugstromen naar het buitengewoon onderwijs, afgelopen schooljaar. Het feit dat vele kinderen onder opschortende voorwaarden startten in het reguliere onderwijs, biedt geen sluitende verklaring voor het huidige resultaat.

De cijfers tonen duidelijk dat kinderen in het gewone onderwijs onvoldoende ondersteuning vinden. Hoewel het M-decreet voortvloeit uit de overtuiging dat kinderen die ondersteuning net wel zouden krijgen.

Voor het VSOA onderwijs komt dit niet als een verrassing. Wij stellen al langer de haalbaarheid van de voorstellen in vraag. De realiteit in de klas wordt steeds complexer. Middelen- en personeelsgebrek staan een adequaat antwoord op deze complexiteit in de weg. Laat staan dat scholen voldoende gewapend zijn voor kinderen met nog grotere zorgnoden.

GON

Scholen werkten in een rigide systeem van 2 uur GON begeleiding per week, geplafonneerd tot twee jaar per kind met erkende stoornis. Dit systeem was niet dekkend. Vele kinderen die hulp nodig hadden kregen die niet of slechts beperkt in tijd. Dat is onhoudbaar. Een kindje met autismespectrumstoornis, geneest niet na 2 jaar GON. Het heeft de hele schoolcarrière hulp nodig.

De oplossing ligt volgens onze minister van onderwijs in ondersteuningsnetwerken. Die zouden bestaan uit samenwerkingsverbanden tussen het buitengewoon en het gewone onderwijs. Bovendien moet het “Vlaanderendekkend” zijn. Nu zijn er immers veel kinderen die uit de boot vallen.

De wachtlijsten in het buitengewoon onderwijs zijn lang. Het aantal plaatsen beperkt. Door kinderen met beperkingen in gewone scholen te laten inschrijven, hoopte de overheid de wachtlijsten weg te werken. Dat plan mislukte jammerlijk. In het reguliere onderwijs staan we eveneens voor immense uitdagingen. In de centrumsteden maken kinderen met een zwakke socio-economische achtergrond stilaan de overgrote meerderheid uit; zeker in het Gemeenschapsonderwijs.

Kortom ons hele onderwijslandschap kampt met tekorten aan middelen, infrastructuur en personeel. Dit wil men allemaal oplossen door deze twee overbevraagde onderwijsstructuren, samen te voegen. Wij menen dat dit een recept is voor nog meer problemen en nog meer kinderen die uit de boot zullen vallen.

Verdeelsleutel is niet correct!

De eis tot medisch labelen verdwijnt, vooral omdat hoogopgeleide tweeverdieners hun kinderen laten diagnosticeren en kwetsbare gezinnen niet. Het geld moet bij alle leerlingen met zorgnoden terecht komen. Op zich is het wegvallen van een label een goede zaak, als de zorgvraag van de leerlingen erkend wordt en op basis daarvan middelen worden toegekend.

Daarom begrijpen we de voorgestelde verdeelsleutel niet. 70% wordt verdeeld op basis van het leerlingenaantal, 30% op basis van de zorgnoden. Op termijn wordt ons hopelijk een rampenscenario bespaard waarbij 100% van het geld verdeeld wordt op basis van leerlingenaantallen. Dan heb je als kleine school in een sociaal achtergestelde buurt, met torenhoge werkloosheid, taalachterstand en armoede, dikke pech. De garantie dat je klassen vol zitten met kinderen met extra zorgnoden, heb je. Maar als kleine school zal je dat met minimale middelen moeten bolwerken, want het geld gaat naar de grote school even verderop in de "nette" buurt.

Je moet al ziende blind zijn om niet te begrijpen dat binnen x-aantal jaar alle middelen naar het onderwijsnet zullen gaan met het grootste aantal leerlingen, maar niet noodzakelijkerwijze naar het onderwijsnet met de meeste zorgnoden. We weten nu al dat er disproportioneel veel kansarme kinderen onderwijs lopen in het Gemeenschapsonderwijs. Kansarme kinderen die geen label meer nodig hebben, maar door de keuze voor een kleine school, elke vorm van hulp aan hun neus zien voorbijgaan.

Oplossingen

Het M-decreet is er, maar de klassen, leerkrachten en middelen ontbreken. Ondertussen is het schooljaar voor 1270 kinderen allesbehalve goed verlopen. De idee achter het M-decreet is zonder meer nobel. Alle kinderen gelijke kansen, alle kinderen de juiste zorg. De uitwerking is zonder meer schandalig.

Inclusief onderwijs zet je niet op poten met wat vage ideeën over ondersteuningsnetwerken. Inclusief onderwijs vergt een inclusief mensbeeld, dat erkent en herkent dat elk kind op een bepaald ogenblik in haar/zijn leven hulp zal nodig hebben en daar ook recht op heeft. Ongeacht de grootte van het onderwijsnet waarin het kind schoolloopt.

Inclusief onderwijs, vergt inclusief lesgeven waarbij een kind onmiddellijk hulp krijgt bij leerproblemen. Niet via één of ander traject buiten het klasgebeuren, maar via directe één op één remediëring tijdens de les. Zo behoren slechte rapporten echt tot het verleden en hangt niets meer af van het scholingsniveau van je moeder of de dikte van de portefeuille van je vader.

Inclusief onderwijs vergt inclusieve schoolgebouwen, die toegankelijk zijn voor kinderen met eender welke soort beperking, met de nodige apparatuur en infrastructuur om elk kind te kunnen ontvangen.

Inclusief onderwijs vergt een inclusief onderwijssysteem in de klas, met twee leerkrachten in de klas, een directe remediëring binnen de klasgroep, zonder stigma. Door leerkrachten die de nodige vorming en wetenschappelijke achtergrond meekrijgen, om deze taak tot een goed einde te brengen.

Inclusief onderwijs vergt inclusieve middelen, de voorgestelde verdeelsleutel 70/30 is daardoor uitgesloten. Elk kind heeft recht op onderwijs op maat. Wanneer gaan we daar nu eindelijk werk van maken?

Sara De Mulder
Stafmedewerker

Delen: