Leerplichtverlaging is niet aan de orde 2.0

“Effective policies focus on mentoring and interaction to build non-cognitive skills.” – Professor Heckman at HDCA Conference 2015

SP.a trekt bij de start van het nieuwe schooljaar nieuwe registers open met haar wetsvoorstel tot een leerplichtverlaging vanaf 3 jaar. Ze volgen daarmee een modetrend binnen de politiek die al een tijdje sluimert.

Naar aanleiding van het voorstel van Bart De Wever rond leefloners en schoolparticipatie spreekt Wouter Duyck zich in Knack uit ten voordele van de verlaging van de leerplicht naar 2,5 jaar. Hij deed dit al eens eerder in de nieuwsbrief van Liberales en in enkele kranten.  Net als SP.a, stelt de auteur de verlaging van de leerplicht naar 2,5 jaar voor als dé oplossing, om de achterstand bij kansarme en allochtone kinderen weg te werken. In 2012 opperde Open VLD ook al een verlaging van de leerplicht als ultiem middel in de strijd voor gelijke kansen. Hoewel dit standpunt uitvoerig werd bekritiseerd, lijkt men te willen vasthouden aan deze simplistische redenering.

In de discussie rond leerplichtverlaging worden vermeende resultaten van onderzoeken aangehaald ter verdediging van een stelling die totaal niet in die onderzoeken wordt aangetoond. 

Wat mij in deze uitermate woest maakt, is het misbruik van heel degelijk en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door o.a. Nobelprijswinnaar James Heckman, dat wel degelijk handvatten aanreikt om dit schrijnende probleem aan te pakken, maar door bovenvermelde auteurs schaamteloos wordt misbruikt. Wij, vrijwilligers en leerkrachten delen dan ook de vrees dat dit zal leiden tot een beleid dat opnieuw vooral de zwakkeren zal treffen; in dit geval de kinderen waar wij iedere dag voor zorgen.

Hoe het wel kan

De gewenste interventie waarover sprake is in geciteerde onderzoek, is geen verlaging van de leerplicht maar wel een zeer intensieve gepersonaliseerde begeleiding van kansarme gezinnen, opgedeeld in twee fasen en ik citeer één van de onderzoeken waarop Heckman zich baseert:

“The intervention consisted of a two-stage treatment targeted two different segments of child life cycles; an early childhood stage (from birth through age 5) and a subsequent school-age stage (from age 6 through 8). The First stage of the intervention involved periods of cognitive and social stimulation interspersed with caregiving and supervised play throughout a full 8-hour day for the first 5 years. The stimulation component was based on a curriculum that emphasized development of language, emotional regulation, and cognitive skills.The second stage of the intervention focused on improving early math and reading skills through having “homeschool resource teachters’ customize learning activities based on materials bein covered at school and then deliver these materials to the parents at home.”

Ik ben een enorme voorstander van dit soort interventies. Al vind ik het een griezelige vaststelling dat kwaliteitsvolle zorg voor kinderen, enkel op de politieke agenda wordt gezet als het economisch winst oplevert. Deze vormen van intensieve begeleiding, die veel tijd en energie vergt, zijn broodnodig. Begeleiding waar mensen persoonlijk een engagement aangaan tot intensieve, sensitieve interactie met zeer kleine kinderen en nog belangrijker, met hun ouders. Een ondersteuningstraject waar gekeken wordt per kind en per gezin wat de precieze noden zijn. Waar zorgdracht en stimulerend spel gecombineerd wordt met de inzet op (moeder)taalontwikkeling (om deze redenen: http://www.liberales.be/columns/saragelijke) en waarin de neurologisch aantoonbare koppeling met emotionele regulatie en cognitieve vaardigheden, centraal staan. (zie: http://www.liberales.be/columns/sarakind).

Ik ben ook absolute voorstander om vanaf zes jaar en geen dag eerder, maar eventueel wel later, in te zetten op wiskundige vaardigheden, lezen en schrijven, liefst op een zo divers mogelijke manier. Met name een grote variëteit aan spel- en leermomenten, met semi-gestuurd spel in een rijke natuurlijke omgeving (cfr. Tim Gill), afgewisseld met lesmomenten waar het sociale aspect een centrale plaats krijgt en zo de cognitieve vaardigheden versterkt. Het te vroeg starten heeft immers ook ernstige bijwerkingen. Zo stelde men reeds een geboortemaand-effect vast voor dyslexie, ADHD, gedragsstoornissen en slaagkansen op school.

Hoe de auteur en de liberale partij deze doelstellingen zal bewerkstelligen met een leerplichtverlaging naar 2,5 jaar, is mij volstrekt onduidelijk. Als men denkt dat men in peuter- en kleuterklassen een dergelijke intensieve zorg kan voorzien, dan vergist men zich. Als men denkt dat onze peuter- en kleuterjuffen en meesters in hun opleiding überhaupt nog maar de basis aangeleerd krijgen van het wetenschappelijk onderzoek dat hier beschreven wordt, dan vergist men zich. Wanneer deze kennis ontbreekt, wordt het wel heel erg moeilijk om deze kennis toe te passen, dunkt mij. Al heb je gelukkig altijd uitzonderingen op de regel. Als de auteur denkt dat door eenvoudigweg kleine kindjes in hun prille ontwikkeling bij elkaar te proppen in grote groepen, met nauwelijks enig mogelijkheid en ruimte tot persoonlijk menselijk contact met een competente zorgdrager, dan denk ik dat de kern van het onderzoek de auteur is ontgaan. Een tweede lezing zal wellicht één en ander verduidelijken. Misschien wel het feit dat in de vooropgestelde programma’s die in de diverse onderzoeken rond ‘child investment’ naar voren komen, nergens beschreven staat wat wij hier onze kleinste kindjes bieden, integendeel. Van het concept leerplichtverlaging is geen sprake.

Dat hier nog maar eens een verlaging van de leerplicht bepleit wordt, (wat overigens niets uithaalt want het is geen schoolplicht), als alles zaligmakend middel tegen het sociale onrecht en het gebrek aan sociale mobiliteit in ons land, stemt mij niet meer woest, het doet mij letterlijk en figuurlijk huilen van moedeloze frustratie en onmacht. En wederom zullen het onze kleintjes zijn, mijn kinderen, maar ook het dochtertje van Afifa, het zoontje van Abdullah, het zoontje van Sharona en het dochtertje van Els… die het slachtoffer zullen zijn van geleerde professoren en politici in ivoren torens, waarvan de kinderen vermoedelijk door anderen worden opgevoed ergens in een grote groep, omwille van de “sociale vaardigheden die ze daar leren”.
 
Spijtig dat niemand, en vooral zij, niet lijken te weten dat net die vaardigheden een omgeving vergen die rust en ruimte biedt met (tijds)intensieve, sensitieve begeleiding, precies zoals beschreven staat in het onderzoek van James Heckman.

Sara De Mulder
Stafmedewerker VSOA-Onderwijs

 

Delen: