IQ-testen bij kansarme kinderen

IQ-testen

N-VA  parlementslid Koen Daniëls wil het IQ van scholieren meten, zodat kan nagegaan worden of het gelijke onderwijskansenbeleid van de overheid haar doel bereikt. Het aantal kansen van kansarme kinderen in ons onderwijs is immers nauwelijks verbeterd en zelfs verslechterd in vergelijking met die van kansrijke leerlingen.

Daniëls wijt dit aan het IQ dat “niet gelijk verdeeld zou zijn tussen kinderen uit kansrijke en kansarme milieus”. Hij heeft daarin gelijk. Armoede veroorzaakt namelijk een daling in het IQ van individuen. Het is de factor bij uitstek die het mensen onmogelijk maakt om goed te functioneren, van beslissingen nemen tot het maken van synapsverbindingen in de hersenen.

Armoede veroorzaakt een daling van het IQ van individuen

Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede stijgt gestaag. Logischerwijze stijgt het aantal kinderen met lagere slaagkansen ook. Dit overheidsbeleid duwt alsmaar meer mensen in armoede. Het is dan ook cynisch, om niet te zeggen de schaamte voorbij, dat men het idee durft te opperen dat IQ-testen soelaas zouden brengen.

In 2013 voerden enkele onderzoekers een baanbrekend experiment uit[1]. Conclusie; armoede verlaagt het IQ tot 13 procentpunten. Dit is te vergelijken met het effect van een nachtje goed doorhangen zonder slaap.

[1] http://science.sciencemag.org/content/341/6149/976

Wetenschappelijkonderzoek toont aan...

Een in 2016 gepubliceerd onderzoek in The American Journal of Psychiatry toonde dat armoede een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de hippocampus en amygdala. Leven in armoede verhindert daarenboven een sterke connectie tussen deze hersengebieden en de rest van het brein. Als je weet dat deze centra verantwoordelijk zijn voor het reguleren van stress en impulsief gedrag, dan weet je genoeg.

Sommigen zullen argumenteren dat armen gewoon dommer zijn en dommere kinderen op de wereld zetten, maar niets is minder waar. Het eerste onderzoek wou immers net over dat aspect uitsluitsel geven. Ze vergeleken daartoe de handelingsbekwaamheid en maten het IQ van een grote groep Indische boeren voor en na oogsttijd.

Daaruit bleek dat mensen die in een situatie verkeren waarin ze arm zijn, onlogische en schadelijke beslissingen namen en hun cognitieve vermogens een sterke achteruitgang kenden. Dit in vergelijking met een situatie waarin dezelfde proefpersonen geen financiële stress kennen, met name na oogsttijd. Daarbij controleerde men andere stressfactoren zoals werk ed. Hun conclusies zijn duidelijk;

 Instead, it appears that poverty itself reduces cognitive capacity. We suggest that this is because poverty-related concerns consume mental resources, leaving less for other tasks. These data provide a previously unexamined perspective and help explain a spectrum of behaviors among the poor.

Een derde onderzoek spitste zich toe op de ontwikkeling van telomeren bij kinderen die opgroeien in armoede. Deze blijken beduidend korter. Telomeren zijn een soort hoedjes op het uiteinde van de chromosomen die het DNA beschermen tegen schade.
Telkens een cel zich deelt, worden telomeren korter. Op het einde raken ze op en gaat de cel dood. Dit proces staat bekend als “verouderen” en het overkomt ons allemaal. Bij arme kinderen gaat dit alleen een pak sneller. Chronische stress heeft een uiterst negatief effect op de telomeerlengte en dat is precies waar kinderen in armoede voortdurend aan worden blootgesteld. Honger, een tekort aan sensitieve aandacht van ouders die zich constant geconfronteerd zien met onbetaalbare kosten voor hun levensonderhoud, allemaal belangrijke stressfactoren met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het kind.

Verder is er een overvloed aan onderzoek over de effecten van armoede op de ontwikkeling van het kind en diens IQ, zelfs prenataal. Waaronder onderzoek van Devlin, Daniels & Roeder, 1997. Of dat van Rutter, Moffitt en Caspi, 2006 die aantoonden dat genen niet zozeer determineren, maar vooral katalyseren wat er aan mogelijkheden in de omgeving geboden wordt.

Wat opgroeiende kinderen nodig hebben...

Genen zijn een soort schakelaar en naarmate de input uit de omgeving negatief of positief is, zal een gen al dan niet geactiveerd worden om met die input om te gaan. Factoren als: armoede, stress, voeding kunnen dus genen “aanzetten” die negatieve effecten hebben op het imuunsysteem, leervermogen en geheugen. Omgekeerd zal een positieve omgeving net “positieve” genen activeren.

Wat onderzoekers als Ekman, 2003 en Sroufe, 2005 ons nog leren, is dat opgroeiende kinderen vooral nood hebben aan consistente en onvoorwaardelijke sensitieve zorg, liefde en steun, een veilige stabiele omgeving, 10 à 20 uur per week gepersonaliseerde, harmonieuze interactie met een zorgdrager, gepersonaliseerde, steeds complexere activiteiten. En dat is wat dankzij de winsthonger en de “economie-moet-draaien fetisj” van N-VA niet langer enkel arme kinderen wordt ontzegd, maar ook steeds meer het lot is van tweeverdiener middenklasse kinderen. Die worden helaas steeds vaker en langer achtergelaten in de kinderopvang.

Falend gezinsbeleid en mislukte armoedebestrijding veroorzaakt een daling van het IQ

Je moet maar lef hebben om door een falend gezinsbeleid en mislukte armoedebestrijding, eerst zelf een daling van het IQ van kinderen te veroorzaken en dan de oorzaken van falende kinderen in onderwijs bij die kinderen zelf te leggen. Je zou haast denken dat het bij sommige parlementsleden ontbreekt aan het nodige IQ om hun job naar behoren uit te oefenen en dat heeft zeer schadelijke gevolgen voor de rest van de bevolking.

 

Sara De Mulder
Antropologe en Stafmedewerker VSOA Onderwijs


 

 

Delen: