Of dit extra budget voldoende zal zijn, is nog maar de vraag...

15,2 miljoen euro extra voor M-decreet

Iets meer dan 15 miljoen euro; dat is het bedrag dat minister Crevits vanaf 1 september 2017 structureel wil vrijmaken. Dit bedrag komt bovenop het budget voor de uitrol van het M-decreet. Dat door deze extra input het budget volgend schooljaar zal stijgen tot 107 miljoen euro – 30 procent meer dan het budget voor het huidig schooljaar – is een feit. Desalniettemin stellen wij ons de vraag of dit extra budget voldoende zal zijn...

Extra budget voldoende voor àlle scholen?

Met de 15,2 miljoen euro zouden dus 300 leraren extra kunnen worden ingezet voortaan nu ook ter ondersteuning van leerlingen met gedragsstoornissen en kleuters met het syndroom van Down. Ook hier stellen wij ons de vraag wat met de andere leerlingen met beperkingen die evenzeer nog méér ondersteuning nodig hebben... Hieromtrent is er momenteel nog geen enkele duidelijkheid. Ten eerste hadden wij dan ook graag eerst een zicht gehad op de concrete inschakeling van die extra leraren en meer bepaald hoe die extra leraren zullen worden verdeeld; over de verschillende netten én over de verschillende scholen.

Minister Crevits zegt dat het geld zal worden ondergebracht in regionale ondersteuningsnetwerken en dat er zal worden gekeken waar de noden hoog zijn. Hieruit menen wij nu al te mogen opmaken, dat niet iedere school op versterking zal kunnen rekenen. Er gaat geen dag voorbij of er wordt gewezen op de dalende kwaliteit van het onderwijs. Zonder nog meer bijkomende investeringen, waar iedere school aanspraak kan op maken, zal er aan de dalende kwaliteit dan ook niet worden verholpen.

Eigenlijk was minister Crevits beter omgekeerd te werk gegaan: ze had eerst moeten kijken wat de effectieve noden zijn en had pas daarna én op basis daarvan een structureel extra budget moeten toekennen.

En wat met het personeel van het buitengewoon onderwijs...

De instroom van kinderen met beperkingen in het regulier onderwijs zal in de toekomst toenemen. Dit impliceert logischerwijs minder instroom van leerlingen in het buitengewoon onderwijs waardoor personeelsleden, leerkrachten en paramedici hun job daar dreigen te verliezen, want niet iedereen kan of wil terecht in de ondersteuningsteams.

Het is dan ook een noodzaak dat er voor hen dringend een regeling voor reaffectatie, wedertewerkstelling en voorrangsrechten moet worden uitgewerkt, zodat zij in het regulier onderwijs aan de slag kunnen. Ook voor de ondersteuners moet er dringend werk worden gemaakt van een aangepaste prestatieregeling en een degelijke regeling voor de verplaatsingen die zij maken in het kader van de taak die zij zullen uitoefenen.

Invoering op 1 september 2017 blijft onrealistisch

Het VSOA Onderwijs onderschrijft het standpunt van de meeste onderwijskoepels. Dat er wordt gevraagd om dit alles in amper 2 maanden tijd te implementeren, is inderdaad weinig realistisch en nagenoeg onhaalbaar. Des te meer er tot op vandaag nog geen duidelijkheid is over hoe het extra budget zal worden besteed en hoe de uitbouw van de regionale ondersteuningsnetwerken verder zal verlopen.

“Inclusief onderwijs voor wie het kan; buitengewoon onderwijs voor wie het moet.”

Bovendien wil het VSOA Onderwijs er nog eens op wijzen dat een volledige inclusie waarnaar belangenorganisaties en Unia streven – i.c. een opdoeking van het buitengewoon onderwijs – voor ons niet aangewezen is. Wij blijven dan ook achter ons eerder standpunt staan: “Inclusief onderwijs voor wie het kan; buitengewoon onderwijs voor wie het moet.”

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA Onderwijs

 

Delen: