Aanneembaar voor het pensioen?

Zorgkrediet en Verlof voor verminderde prestaties

Aanneembaarheid zorgkrediet voor het pensioen: Vlaamse regering pleegt woordbreuk!

Tijdens de onderhandelingen m.b.t. de invoering van het Vlaams Zorgkrediet werd ons verzekerd dat dit stelsel als onbeperkte, aanneembare afwezigheid - binnen de beperkingen van de 20%-regel - zou worden beschouwd. Er werd door het kabinet van minister Muyters frequent en duidelijk gesteld, dat voor ieder personeelslid “de teller (weer) op nul zou komen te staan”; m.a.w. dat de gewone loopbaanonderbreking volledig apart moest worden gezien van het nieuwe stelsel “Zorgkrediet” en dat dus de al opgenomen periodes gewone loopbaanonderbreking niet in rekening zouden worden gebracht.

De realiteit strookt nu echter niet met de gedane belofte… Immers in het Koninklijk besluit tot aanvulling van de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet met verloven toegekend in het kader van het zorgkrediet binnen de Vlaamse overheid, het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, van 2 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2018 staat het volgende te lezen:

[… Perioden van zorgkrediet zullen dan ook op identiek dezelfde wijze aanneembaar zijn voor het pensioen als perioden van loopbaanonderbreking. Dezelfde contingenten en dezelfde beperkingen die van toepassing zijn op de loopbaanonderbreking bij het Vlaams openbaar ambt, zullen eveneens van toepassing zijn op het zorgkrediet….

… Perioden van loopbaanonderbreking (in het algemeen stelsel) opgenomen vóór perioden van zorgkrediet zullen blijven meetellen voor de toepassing van deze contingenten en beperkingen. De teller wordt inzake pensioen dus niet op nul gezet.]

http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/12/02/2018015219/staatsblad

In concreto betekent dit, voor wat de aanneembaarheid van de periodes Zorgkrediet voor het pensioen betreft, dat dezelfde regeling van toepassing is als die voor de periodes van de vroegere gewone loopbaanonderbreking.

De gelijkstelling van deze beide stelsels voor de hele carrière voor een voltijdse of halftijdse onderbreking wordt beperkt tot 12 kalendermaanden. Een eventuele verlenging met 24 maanden is mogelijk voor wie een kind van minder dan 6 jaar ten laste heeft. Bij een onderbreking met 1/5de kunnen 60 maanden (5 jaren) in aanmerking worden genomen voor het pensioen. Er zijn maximaal 60 maanden halftijdse of voltijdse loopbaanonderbreking en/of zorgkrediet aanneembaar over de hele loopbaan. 12 maanden (bij voltijdse of halftijdse onderbreking) en 180 maanden (bij onderbreking 1/5) komen surplus in aanmerking vanaf de leeftijd van 50 jaar.

Bovenstaande regeling geldt vanaf 2012. Vanaf dan is de regularisatie van een periode door een vrijwillige bijdrage immers niet langer mogelijk.

Hiermee kan duidelijk worden gesteld dat de Vlaamse regering haar belofte niet is nagekomen en dus woordbreuk heeft gepleegd!

Verlof voor verminderde prestaties (VVP) en langdurig verlof voor verminderde prestaties omwille van medische redenen (LVVPMR): nog geen beslissing...

Het langdurig verlof voor verminderde prestaties omwille van medische redenen (LVVPMR) werd al op 1 september 2015 ingevoerd.

In 2016 werden de onderstaande, bestaande verloven voor verminderde prestaties hervormd. Het verlof voor verminderde prestaties wegens sociale en familiale redenen; het verlof voor verminderde prestaties voor personeelsleden die de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt en het verlof voor verminderde prestaties voor personeelsleden met ten minste twee kinderen onder de 14 jaar werden samengevoegd/geharmoniseerd tot één stelsel Verlof voor verminderde prestaties.

Tijdens de onderhandelingen is het VSOA-Onderwijs er altijd van uit gegaan, dat het verlof voor verminderde prestaties (VVP) na de harmonisatie geen nieuw verlofstelsel zou zijn, maar een hervorming/vereenvoudiging/ aanpassing van de bestaande drie verloven voor verminderde prestaties.  

Het is voor ons dan ook een evidentie, dat het hervormde verlof voor verminderde prestaties, wat betreft de aanneembaarheid voor het pensioen, dan ook niet anders kan worden behandeld dan de vroegere bestaande drie verloven VVP en dus onder dezelfde condities valt. Immers het verlof voor verminderde prestaties was vóór de hervorming al in de lijst van de aanneembare afwezigheden opgenomen.

Dringend nood aan duidelijkheid

Tot op vandaag is er nog altijd geen ondertekend koninklijk besluit – en dus ook nog geen wettelijke regeling - dat bepaalt of het Verlof voor verminderde prestaties (VVP) al dan niet aanneembaar is voor het pensioen. Idem dito voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties omwille van medische redenen (LVVPMR) dat al ingevoerd is sedert 1 september 2015.

Wat het langdurig verlof voor verminderde prestaties omwille van medische redenen (LVVPMR) betreft, is het administratief onderzoek afgerond. Er werd ons meegedeeld dat minister Bacquelaine binnen afzienbare tijd een ontwerp-Koninklijk besluit aan de federale ministerraad zal voorleggen.

Met betrekking tot de aanneembaarheid van het verlof voor verminderde prestaties (VVP) worden momenteel de modaliteiten door de federale administratie pensioenen onderzocht. Minister Bacquelaine zal het resultaat daarvan in januari 2019 in de federale regering ter beslissing voorleggen.

Wij verwachten dan ook dat er op korte termijn voor deze verlofstelsels een uitvoeringsbesluit komt mét publicatie daarvan in het Belgisch Staatsblad.

Marnix Heyndrickx
Voorzitter VSOA-Onderwijs

Delen: